Stichting Design Museum Dedel

KvKnummer: 70409714
RSIN nummer: 858309324

Bezoekadres
Prinsegracht 15
2512 EW Den Haag

Postadres
Postbus 176
1250AD Laren

Webadres

www.designmuseumdedel.nl

Bestuur

Martijn F. Le Coultre, voorzitter
Max-Pieter Fränkel, secretaris, board@designmuseumdedel.nl
Robert Neeleman, penningmeester
Gielijn Escher, bestuurslid
Anna Zinkweg, bestuurslid

Medewerkers

Almar Seinen, directeur, 06 45910076, director@designmuseumdedel.nl
Lisette van Dinther, conservator

Beloning

De bestuurders krijgen geen vergoeding. Voor wat betreft de medewerkers in vaste dienst en vrijwilligers zullen wij de CAO van de Museum vereniging volgen. De directeur krijgt een Persoonlijke Arbeids Overeenkomst.

Financiële verantwoording

De stichting is eind december 2017 opgericht. Daarom is er geen financiële verantwoording over het jaar 2017 beschikbaar.

Uit de oprichtingsstatuten

De realisatie en instandhouding van een museum in Nederland, en in het bijzonder in en bij Huis Dedel aan de Prinsegracht 15 te ’s-Gravenhage, voor toegepaste kunst, ontwerp- en sierkunst alsmede voor uitingen van reclame; het organiseren en verzorgen van tentoonstellingen, zowel nationaal als internationaal; het uitgeven en verzorgen van publicaties, ook in digitale zin; het organiseren van bijeenkomsten en lezingen op het gebied van kunst en cultuur; de restauratie en onderhoud van het rijksmonument Huis Dedel, zulks mede met het oog op een duurzame exploitatie als museum.

Bekijk de collecties

https://www.iaddb.org

Het verhaal van vormgeving en reclame.

Het museum kiest voor een herkenbare focus op het thema reclame en vormgeving. Het levert een scherp profiel op waarmee het museum zich onderscheidt van allee andere aanbieders in het land. Het onderwerp van het museum, vormgeving in de breedste zin, omvat een zeer omvangrijk, veelzijdig en belangrijk verhaal. Het vertellen ervan kan diverse doelen en publieksgroepen dienen.

Missie

Het museum brengt de geschiedenis van reclame, grafische vormgeving en design tot leven voor een zo groot en divers mogelijk publiek. Het museum daagt de bezoekers uit om hun relatie tot de geschiedenis van de reclame, grafische vormgeving en design te verdiepen. Kernwoorden in deze missie zijn:

Kernbegrippen

Doelgroepen

Tentoonstellingen en tentoonstellingsprogramma

In 7 zalen een semipermanent overzicht van 100 jaar (1880-1980) vormgeving en reclame. Deze opstelling wordt eens per maand, zaal voor zaal gewisseld. In deze 7 zalen zullen dus altijd topstukken te zien zijn die een beeld geven van deze 100 jarige periode, maar telkens met wisselende zwaartepunten. Elke maand zal er een kleine opening zijn (incl. persbenadering) om de nieuw ingerichte zaal onder de aandacht te brengen. Rond deze opstelling zal er een passende randprogrammering worden voorbereid.

Tijdelijke tentoonstellingen en wisseltentoonstellingen

Op de beschikbare vierkante meters kunnen zeer uiteenlopende tentoonstellingen en evenementen van verschillende grootte worden gerealiseerd. Het succes van tijdelijke tentoonstellingen is voor het gemiddelde museum qua bezoekersaantallen relatief beperkt. Oorzaak daarvoor is o.a. dat het gemiddelde museum vooral bezocht wordt door (buitenlandse) toeristen en er relatief weinig herhaalbezoek is. Deze constatering resulteert in een strategische tentoonstellingsprogrammering. Het museum wil een eigen en trouw expositiepubliek aan zich binden. De programmering wordt daarbij gaandeweg meer en beter afgestemd op de behoefte van dit publiek. Het museum staat hiernaast open voor medegebruik van het museum door andere instellingen en het organiseren van extramurale tentoonstellingen.
In de drie grotere zalen zullen tijdelijke tentoonstellingen worden georganiseerd, soms één tentoonstelling die drie zalen inneemt, soms in elke zaal een eigen tentoonstelling. Eén van de zalen moet ruimte garanderen voor ad-hoc tentoonstellingen. De tentoonstellingen kunnen wisselend van lengte zijn, maar er wordt naar gestreefd om zes tentoonstellingen per jaar te organiseren, elk vergezeld van een publicatie, opening en randprogrammering. In de programmering zal rekening worden gehouden met de verschillende voorkeuren van de doelgroepen.
De thema’s van deze tentoonstellingen zullen zeer divers zijn; van monografische tentoonstellingen over één specifieke ontwerper tot tentoonstellingen over één thema, zoals reizen, roken, autoreclame of politiek. Maar ook tentoonstellingen over een bepaalde periode (‘Fin de siècle’, ‘Seventies’, ‘Tweede Wereldoorlog’), over een bepaald land (‘Cubaanse Affiches’, ‘100 jaar reclame in Frankrijk’, ‘Ostalgie’), of stroming (Russische Avantgarde, psychedelic design, minimal design). Bij het samenstellen van het tentoonstellingsprogramma zal worden bekeken of er wordt aangehaakt bij lokale of landelijke opgepakte thema’s, evenementen, herdenkingen of andere manifestaties (100 jaar De Stijl, North Sea Jazz, 400 jaar betrekkingen met Japan, e.d.). Indien mogelijk/wenselijk wordt dan samengewerkt met andere instellingen. De wisseltentoonstellingen zullen voornamelijk worden georganiseerd in de periode september-april om in deze wat museumbezoek betreft rustige periode publiek en publiciteit te genereren. In de zomermaanden (mei-augustus) voornamelijk inzetten op de semipermanente opstelling en één zomeropstelling in alle overige zalen.

Kennisknooppunt

Het museum ambieert niet het enige kenniscentrum op het gebied van reclame en vormgeving te zijn, maar wil wel de verspreiding van de kennis over de geschiedenis van vormgeving en reclame voortdurend delen, verbeteren en vergroten. Daartoe worden gemeenschappelijke onderzoeksprogramma’s in samenspraak met externe partijen als universiteiten, hogescholen, culturele instellingen, archieven, etc. opgesteld en ondersteund. Het museum wil daarnaast excellent marktleider zijn op het terrein van specifieke museologische kennis, zoals overdracht- en presentatiemethoden, en behoud en beheer van grafisch cultureel erfgoed. Deze kennis wordt nationaal en internationaal gedeeld middels een (pro-) actieve houding op congressen, in workshops en met publicaties.

Collectie

De collectie vormt de basis van het museum en is belangrijk deel van het verhaal dat we willen vertellen. Het museum beheert een zeer grote en divers collectie van hoge kwaliteit en behoort tot een van de grootste in Europa. Naast de bewaar- en behoudsplicht heeft het museum ook een ontsluitingsplicht: het tonen van de collectie. Primair in het museum, maar ook extramuraal en digitaal. Een belangrijke stap is de volledige ontsluiting via internet, het museum streeft erna zijn collectie ook zoveel mogelijk online aan te bieden via een samenwerkingsverband met de https://www.iaddb.org Het museum stimuleert collectiemobiliteit. Indien mogelijk kan de collectie ook extern getoond worden bij partners in Den Haag, in de regio en in musea in binnen- en buitenland. In de toekomst zijn wellicht ook, onder strikte voorwaarden, bruiklenen mogelijk aan niet-museale relaties (semiopenbare gebouwen, bij partijen als sponsors of andere stakeholders). (evt.: met reizende exposities en bruikleenverstrekking kan de rijke collectie bijdragen aan de inkomstenvorming van het museum (bruikleenvergoeding).)

De locatie

Achter de keuze voor het pand aan de Prinsegracht liggen twee gedachten ten grondslag: het pand zelf heeft al een grote aantrekkingskracht van zichzelf; door hier een dynamisch museum te huisvesten ontstaat een culturele combinatie die in Nederland nog niet aanwezig is. Toeristen worden hiernaast niet alleen binnen de museummuren bediend, maar ook naar boeiende plekken in de stad en daarbuiten doorverwezen, bij voorbeeld naar andere erfgoedinstellingen, musea en archieven.

Internationale producties

Door het museum zal veelvuldig medewerking worden verleend aan exposities in binnen- en buitenland, vooral door het kosteloos en ad-hoc kunnen aanleveren van bruiklenen. Deze onbaatzuchtige opstelling van het museum, gecombineerd met de hoge kwaliteit van de collectie, zal een negatieve balans op het gebied van bruikleenverkeer veroorzaken: aanzienlijk meer stukken zullen worden uitgeleend dan dat er stukken van elders worden geleend voor producties in eigen huis. Het museum co-financiert aldus in natura producties van collega-instellingen in binnen- en buitenland. Het museum gaat zelf producties samenstellen die worden verhuurd aan musea in de hele wereld: reizende tentoonstellingen over thema’s die internationaal tot de verbeelding spreken, met objecten die veel publiek trekken. Sommige van deze en andere projecten zullen met collega-instellingen en andere partners worden opgezet. Zo kunnen er met enkele internationale collega-musea afspraken gemaakt worden over thema-exposities.